Dit is Claude.
En dit is Claudel.
En omdat ik het niet kan laten: dit is Sherly.
Ze hebben zich alledrie op deze dag verheugd, mogelijk pas de avond vóór de bewuste dag, of de morgen van die dag, want kinderen van 4 denken misschien niet zo ver vooruit. Sherly herhaalde wel steeds waar we heengingen, achterin de auto. Claudél! En mama Claudel en papa Claudel. Ze noemde tot vrijdag de tweeling voor het gemak maar Claudel, dat deden ze zelf immers ook. Kees en Lisette zijn ze nu aan het bijbrengen dat de ene Claude heet en de andere Claudel. En Sherly weet dat nu ook.
Bij het weerzien waren ze even verlegen, héél even maar. Daarna is het één groot feest geweest. Het was prachtig weer. De hele dag hebben ze pret gehad in de tuin, waar ze rondreden op traptractortjes, speelden in de zandbak, speelden met autootjes of gewoon maar wat aanrommelden. Soms ieder voor zich, vaak samen.
’s Middags maakten we een wandeling, waarbij de kinderen in een bolderkar zaten die door Kees getrokken werd. Ze zaten lekker met zijn drieën te keten in de kar, als op een schoolreisje in de bus. Ze zongen terwijl ze hun neus dichtknepen, na na na na. En ze wezen elkaar op alles wat ze zagen: auto, motor, koeien, ietsiepietsie auto (een Ford Ka), tractor!
En aan het eind van de dag aten we frietjes en frikadellen in de tuin en de kinderen kregen ook nog appelmoes. Sherly houdt niet zo van frikadellen, de jongens des te meer. Maar dat lossen ze later onderling wel op, denk ik zo, want ze houden van elkaar, alledrie, Sherly, Claude en Claudel.





